FRANK DEN BUTTER | naar een wereld van winnaars | view

Wish you were here in De Evolutiegids

30 januari 2021 | Frank den Butter | Economiegids
Naar een wereld van winnaars

Het loon is het geld dat je verdient: daar lijkt geen speld tussen te krijgen. Maar dat je de geldelijke beloning ook echt verdient, is niet zo vanzelfsprekend. De relatie tussen belonen en verdienen, en tussen beloning en verdienste, is veel ingewikkelder. Met name omdat verdienste ten dele cultureel bepaald is, maar ook van de eigen waardering en kijk op het leven afhangt. Vaak vind je het juist een verdienste dat je een winnaar bent.

Economisch gezien weerspiegelt het geld dat je verdient de verdienste die jouw arbeidsprestatie voor de maatschappij heeft. Toch is er niet altijd is sprake van ‘loon naar werken’. Dat wordt overigens al in de Bijbel beschreven bij de gelijkenis van ‘De arbeiders in de wijngaard’ (Matteüs 20: 1 – 16). Het gaat over een landeigenaar die ’s morgens vroeg arbeiders inhuurt voor het werk op zijn wijngaard. Hij belooft ze een zilverstuk als dagloon wanneer zij de hele dag op de wijngaard werken. Maar gaandeweg merkt hij dat er meer werk is. Hij huurt op het marktplein nog wat extra arbeiders in en belooft hen een eerlijk loon. Dat doet hij die dag nog een paar keer, waarbij de laatste arbeiders pas om 5 uur ‘s middags beginnen. Wanneer ’s avonds het werk klaar is en het loon wordt uitbetaald, hebben de laatst aangenomen arbeiders dus het minste aantal uren gewerkt. Toch krijgen ze allemaal een zilverstuk als loon. Degenen die vroeger zijn begonnen, en zeker de arbeiders die al vanaf ’s morgens vroeg bezig zijn en dus een lange werkdag hebben gehad, protesteren tegen de gelijke beloning. Zo krijgen zij immers geen ’loon naar werken’. Maar de landeigenaar houdt zich ook voor hen aan zijn belofte: een zilverstuk als loon. Hoewel het moeilijk zal zijn een economische verklaring voor dergelijk grote beloningsverschillen te vinden, past het wel om flexibele arbeid beter te belonen dan vaste arbeid. Bovendien hebben de arbeiders die later zijn ingehuurd langer moeten wachten bij de markt waar ze zijn opgehaald.

De eersten en de laatsten
In de Bijbel wordt deze gelijkenis overigens gekoppeld aan de wat raadselachtige spreuk: ‘..veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten’. Toch kan hier een voorbeeld uit de moderne economie aangehaald worden, namelijk de regel dat degenen die het laatst in een bedrijf zijn aangenomen er bij inkrimping van het bedrijf als eerste ontslagen worden (last in, first out). Dat is overigens niet de lering die uit de gelijkenis van ‘De arbeiders in de wijngaard’ moet worden getrokken. De boodschap van dat verhaal is dat het er in de ogen van God niet toe doet hoe lang men al gelooft. Maar bij ontslag hoort eigenlijk ook juist bepalend te zijn hoe verdienstelijk je voor het bedrijf en de maatschappij bent, en niet hoe lang je er al werkt.

Wedstrijdloon
Een geldelijke beloning is niet de enige manier om de verdienste voor een bedrijf, of voor de maatschappij, te honoreren. Een andere manier is om het aantrekkelijk te maken in de hiërarchie van het bedrijf of instelling op te klimmen. In organisaties met veel hiërarchische lagen wordt het uitzicht op een promotie binnen de hiërarchie als een extra prikkel om je best te doen gehanteerd. Zo levert zo’n promotie een verhoging van status op: van een extra kleedje in de werkkamer tot een receptie met de anderen die bevorderd zijn waarbij je uitgebreid gefeliciteerd wordt. En het betekent ook meer contacten met de hogere bazen en directeuren. In de economische theorie wordt dit mechanisme beschreven in de ‘tournament theory’ die door Edward Lazear and Sherwin Rosen is opgezet. Ik speek daarbij van ‘wedstrijdloon’. Uitzicht op een promotie kan er toe bijdragen dat je je beter inspant om bedrijfsspecifiek menselijk kapitaal – kennis van het hoe, wie, wat en waar in het bedrijf –  op te bouwen. In die zin is het inderdaad verstandig om bij ontslag degenen die al lang in dienst zijn en het bedrijf of de instelling door en door kennen, te ontzien. Maar ook kan een promotie voor andere bedrijven een signaleringsfunctie hebben voor jouw bekwaamheid en betrouwbaarheid (Waldman, 2013).

Eigen ervaring
Hoe het in zo’n strikt hiërarchische organisatie werkt, leerde ik toen ik in de jaren ‘70 en ’80 als onderzoeker bij de Nederlandsche Bank (DNB) werkte. Het betekende een flinke cultuurschok na daarvoor als assistent op een instituut van de Universiteit van Amsterdam werkzaam te zijn geweest. Daar praatte ik dagelijks met de hoogleraren en kon ik mijn eigen gang gaan. Op DNB ging het er heel anders aan toe. In de eerste vergadering, die ik meemaakte, werd er een voor mij toen nog onbegrijpelijke nota van de directeur besproken. Tien minuten voor aanvang van de bijeenkomst waren alle jonge academici aanwezig. Vijf minuten later kwamen de adjunct-chefs binnen, en nog een paar minuten later de afdelingschefs. Ten slotte de onderdirecteur die verheugd constateerde dat hij op tijd was omdat de directeur er nog niet was.

Toch was je als jonge academicus bij binnenkomst op de Bank al flink op de hiërarchische ladder gestegen.  Er was een strikt onderscheid tussen ‘hoofdbeambten’ en ‘beambten’, waarbij een academische graad een binnenkomst als hoofdbeambte garandeerde. Het was ongepast dat hoofdbeambten en beambten elkaar onderling tutoyeerden – erg ongemakkelijk wanneer nauw moest worden samengewerkt. Daarbij hadden hoofdbeambten bepaalde privileges. Zo vroeg de portier bij late binnenkomst op de Bank: “Bent u te laat of hoofdbeambte?” (Zie ook Albert J. van Straaten, 1993, Niet Zomaar een Baantje, Ad Donker, Rotterdam voor een sfeerbeeld van het werken indertijd op DNB).

Groepspolarisatie
Overigens zij opgemerkt dat de prikkel om op te klimmen in de hiërarchie ook tot een tunnelvisie kan leiden.  Het de leiding naar de mond praten legt de basis voor, wat genoemd wordt, groepspolarisatie, die, zoals ik in Me Judice beschrijf, mede als oorzaak van het ongekende onrecht in de kinderopvang toeslagaffaire kan worden gezien. Nodig is dat in zo’n hiërarchische (en ambtelijke) organisatie tegengeluiden kunnen doorklinken en worden gewaardeerd.

De Amerikaanse ‘verliezers’
In de competitieve Amerikaanse samenleving is de koppeling tussen verdienste, belonen en winnen zeer sterk. In mijn voorgaand
e bijdrage in De Evolutiegids vertel ik hoe Trump de verkiezingen van 2016 heeft kunnen winnen omdat veel blanke en minder geschoolde Amerikanen zich door de meritocratische elite niet gehoord voelden en als ‘verliezers’ werden aangemerkt. In 2020 is de herverkiezing niet gelukt, mede vanwege het nogal horkerige en narcistisch gedrag van Trump en vanwege zijn onmacht de coronacrisis te beheersen. Maar nog altijd hebben ruim zeventig miljoen Amerikanen op hem gestemd.  Waarvan Trump een belangrijk deel heeft kunnen wijsmaken dat hij in feite de verkiezingen heeft gewonnen en dat zij dus ook ‘winnaars’ zijn.

Grip op het leven
Hoewel tot nu toe in het Nederlandse politieke debat koopkracht plaatjes – hoeveel houd ik van mijn loon over om te besteden – bijna heilig zijn, blijkt in ons land de geldelijke beloning minder belangrijk dan gedacht. Zo zijn er steeds meer Nederlanders die hun leven een 6 of lager geven. Dit komt niet door achterblijvende lonen, maar door het gevoel de regie over het eigen leven te zijn kwijtgeraakt. Empirisch onderzoek van Baarsma en Parlevliet toont dat grip op het leven niet alleen wezenlijk voor levensgeluk is, maar ook een belangrijke factor vormt bij populistische sentimenten. Een punt hierbij is dat de moderne samenleving steeds complexer wordt en meer vaardigheden, zelfredzaamheid en eigen regie van mensen vraagt. Vandaar de aanbeveling van Baarsma en Parlevliet aan de politiek om zich te richten op het verminderen van gevoelens van onmacht en onzekerheid in plaats van op koopkracht. Een betere balans tussen werkzekerheid en de eigen regie over werktijden en scholing kan een deel van de maatschappelijke onvrede wegnemen, en daarmee van het gevoel een ‘verliezer’ te zijn. 

Het betere werk
Deze notie van ‘grip op het leven’ sluit aan op een recente
WRR studie over Het betere werk. Centraal in deze studie staat de kwaliteit van het werk, en de gevolgen die nieuwe technologie, de toename van flexibel werk en de intensivering van werk op de werkkwaliteit kunnen hebben. De mate waarin werk als kwalitatief volwaardig wordt gezien, vormt daarbij een onderdeel van wat in brede zin als maatschappelijke welvaart wordt aangemerkt. Het bevordert de economie maar ook de sociale samenhang (sociaal kapitaal). De WRR formuleert drie condities voor goed werk, die passen bij de wensen vanuit de Nederlandse samenleving en de aard van de economie:

  1. grip op geld, oftewel een gepast loon met zekerheden;
  2. grip op het werk, dat wel zeggen autonomie en verbondenheid op het werk; en
  3. grip op het leven, met een goede balans tussen werk en privé.

De empirische analyse van Baarsma en Parlevliet laat dus zien dat, wanneer er aan deze voorwaarden is voldaan, het bijdraagt dat mensen zich een ‘winnaar’ voelen.

Een wereld van winnaars
De samenhang tussen loon, prestatie en verdienste is complex. Het meritocratische gedachtegoed, dat je, door goed te presteren, zelf verantwoordelijk bent voor je eigen verdienste, weerspiegelt zich in ons taalgebruik. Zo geeft de opmerking dat ‘het je verdiende loon is’ aan dat je maar beter had moeten presteren om het onheil dat je is overkomen, te vermijden. De uitdrukking ‘boontje komt om zijn loontje’ wordt gebruikt als iemand zijn verdiende straf krijgt. Je hebt het ongeluk over jezelf afgeroepen. Het is je eigen schuld dat je een verliezer bent. Toch levert dit prestatiegericht zijn niet per se levensgeluk op. Want het leven is geen spel met winnaars en verliezers. Welvaart impliceert juist dat een ieder zich, gegeven de eigen voorkeuren en mogelijkheden, een winnaar moet kunnen voelen. Dit ‘winnen’ mag dan niet ten koste van anderen, de ‘verliezers’, gaan. In de goede wereld is iedereen een winnaar.

Frank den Butter in De Evolutiegids
AUTEUR FRANK DEN BUTTER | ©EVOLUTIEGIDS | 210130
Economiegids Frank den Butter is hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Transactie-econoom die onderzoekt hoe Nederland zijn positie als handelsland in de toekomst het beste kan benutten.
usa

Een Trumpiaans sprookje

Hoe heeft het kunnen gebeuren dat Donald Trump in 2016 de presidentverkiezing won en deze met veel stemmen weer verloor.

achtergrond_water

Water als mensenrecht of als handel?

Hoe kan water in goud veranderd worden? Een multinational heeft het recept hiervoor: Nestlé.

COPYRIGHT | PRIVACY |CREATED BY MARY SPAN | ARCHIEF

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?