FRANK DEN BUTTER | Het Nieuwe Werken | zakelijke evolutie

18 september 2020 | Frank den Butter | Economiegids
Het Nieuwe Werken (na corona)

De coronacrisis heeft een grote invloed op ons doen en laten. Dat geldt niet alleen tijdens de crisis maar ook na afloop, wanneer alle contactbeperkingen en het Nieuwe Normaal weer voorbij zijn. De vraag is in welke mate ons werk na de crisis blijvend zal zijn veranderd.

Ontegenzeggelijk zijn er door de crisis flink wat banen verloren gegaan en neemt de werkloosheid toe. Maar na de crisis is dat anders en komen er nieuwe banen. Het laat zich aanzien dat sommige oude banen weer terugkomen, maar dat de crisis toch ook tot nieuwe vormen van werk en daarmee tot andere banen zal leiden.

Handel en type banen
Uitgangspunt voor deze beschouwing is het perspectief dat de moderne handels- en arbeidsmarktheorie voor het werken in de toekomst biedt. De moderne handelstheorie laat zien dat  bij de inrichting van productieketens zoveel mogelijk wordt geprofiteerd van het feit dat het ene land, of de ene groep mensen, vooral goed is in het maken van bepaalde producten of het leveren van bepaalde diensten, terwijl elders de kennis en ervaring liggen bij het leveren van andere goederen en diensten.  De benutting van deze comparatieve voordelen (ook tussen ‘rijke’ landen) impliceert dat steeds meer banen gericht zijn op het organiseren van de productie en op het verbinden van schakels in de keten. Er zijn steeds meer zogeheten transactiebanen. Bovendien krijgen banen steeds meer een niet-routinematig karakter en is samenwerking minder plaatsgebonden. Dit alles heeft invloed op het type banen en de daarvoor benodigde competenties.

Het valt te verwachten dat de coronacrisis tot een herinrichting van internationale productieketens en handelsstromen zal leiden. De crisis heeft ons geleerd dat de wereldeconomie al te zeer verstrengeld is waardoor op wereldwijde schaal besmetting kon ontstaan (zie Den Butter, 2020). In de nieuwe economie na corona zal minder worden gereisd en zullen landen in hun voorziening van producten en onderdelen daarvan, minder afhankelijk van elkaar zijn. Deze tendens zal leiden tot wat wel als deglobalisering wordt aangeduid. Toch blijft het benutten van elkaars specialisaties en de daaruit voortvloeiende handel een belangrijke bron van welvaartsverbetering. Deze trend zal zich ook in de toekomst voortzetten.

Banen in bedrijfstakken
Traditioneel wordt in de economische analyse van werk en productie uitgegaan van bedrijfstakken (sectoren). Het blijkt dat de werkgelegenheid, en daarmee het belang voor de economie, nogal per bedrijfstak verschilt. De tabel laat zien dat de werkgelegenheid relatief groot is in de zakelijke dienstverlening, de handel en de zorg. In deze opstelling komt de industrie wat betreft het aantal banen op de vierde plaats, maar hier is het aantal banen sinds 1999 zelfs afgenomen terwijl de drie grootste bedrijfstakken een toename te zien geven. Zo’n afname geldt eveneens voor de landbouw en visserij, waar maar relatief weinig mensen werkzaam zijn, en voor de financiële dienstverlening waar de afgelopen periode vanwege automatisering en het gebruik van internet veel banen zijn verdwenen. Opvallend is dat, naast de zorg, veel van de bedrijfstakken met veel werkgelegenheid en een flinke banengroei, direct of indirect, aan de handel gerelateerd zijn.

Banen in 1999 en 2019 CBS
Tabel Banen in 1999 en 2019 (volgens CBS)

Productiesector en transactiesector
Een aandachtspunt hierbij is dat de bedrijfstakken steeds meer door elkaar gaan lopen. Daarmee dreigt bij een op bedrijfstakken gerichte analyse het zicht op onderliggende ontwikkelingen verloren te gaan. Een alternatief voor, en aanvulling op zo’n bedrijfstakkenanalyse is onderscheid te maken tussen de productiesector en de transactiesector in de economie. Dit onderscheid staat centraal in het
WRR-rapport ‘Nederland Handelsland’ uit 2003 dat zicht biedt op het toekomstig verdienvermogen in ons land. Het kernthema van deze WRR-studie is dat economische bedrijvigheid grofweg te splitsen is in twee onderdelen, namelijk de feitelijke productie binnen de schakels van de productieketen, en de transacties die nodig zijn om de productie te organiseren en om de schakels van de productieketen met elkaar te verbinden. In dit transactiedeel van de economie gaat het om kennis van inkoop en verkoop, maar ook om kennis waar onderdelen van de keten het beste geproduceerd kunnen worden, om kennis van logistiek en infrastructuur, en vooral ook om kennis hoe het beste kan worden omgegaan met partners in de economie en handel. Alle kosten die in dit deel van het economische proces worden gemaakt, worden samengevat onder de noemer transactiekosten. Berekeningen laten zien dat in Nederland meer dan de helft van de kosten in de economie bestaan uit transactiekosten. Het WRR-rapport betoogt dat Nederland als handelsland koploper is in het laag houden van de transactiekosten, en daarmee zijn verdienvermogen voor een belangrijk deel ontleent aan de organisatie van de productie en aan de bemiddeling bij inkoop en verkoop.  Vanuit dat gegeven zou het passen wanneer het nieuw opgerichte Nationale Groeifonds zich niet uitsluitend op aan de techniek en kennis gerelateerde innovaties zou richten maar ook op het belang van verlaging van transactiekosten voor ons verdienvermogen.

Steeds meer transactiebanen
Vanuit dit perspectief heeft Windesheim docent Ebel Berghuis in zijn proefschrift aan de Vrije Universiteit
(Labour Market Consequences of  International Fragmentation of Production, 2014een opsomming gemaakt van de banen in het bedrijfsleven, die vooral als productiebanen zijn op te vatten en de banen die als transactiebanen kunnen worden gekenschetst. Hieruit (pag. 143) blijkt dat de verhouding transactiebanen/productiebanen in 1987 0,81 bedroeg:  dit houdt in iets minder transactiebanen dan productiebanen. In 2008, het laatste jaar waarvoor Berghuis berekeningen heeft gemaakt, is deze verhouding gekanteld naar 1,17. Het tekent het toenemend belang van de transactiebanen. Het laat zich aanzien dat deze verhouding inmiddels weer meer in de richting van transactiebanen is verschoven.

Overigens is het onderscheid tussen transactiebanen en productiebanen niet altijd volledig afgebakend. Zo is de baan van een boer wanneer hij met zijn koeien of gewassen bezig is, te kenmerken als productiebaan. Maar wanneer hij naar de markt gaat of zijn administratie bijhoudt, is het een transactiebaan.

Banen en competenties nu en in de toekomst
Een ander aandachtspunt bij de traditionele indeling in bedrijfstakken is dat hierdoor minder zicht is op het soort banen dat in de toekomst zal ontstaan. Banen zijn steeds vaker niet aan bedrijfstakken gebonden: dezelfde competenties zijn bruikbaar in verschillende sectoren. Dat geldt bijvoorbeeld voor personen met kennis van ICT: die zijn niet alleen in de ICT-sector nodig, maar ook in vele andere bedrijfstakken. Denk aan bedrijven en instellingen waar de administratie wordt geautomatiseerd, en  aan secretariële ondersteuning. Bovendien leert een berekening over hoeveel banen er per saldo in een regio bijkomen of verloren gaan weinig over de onderliggende werkgelegenheidsdynamiek. Zo is er binnen en tussen bedrijven bij voortduring sprake van zowel baancreatie als baanvernietiging: in het gunstige geval komen er per saldo banen bij en in het ongunstige geval daalt de werkgelegenheid. In Nederland gaat het – wanneer korte banen niet worden meegerekend – om meer dan een half miljoen nieuwe banen per jaar, en om een vrijwel even groot aantal banen die verdwijnen. Maar het zijn niet allemaal dezelfde soort banen. Voor de nieuwe banen zijn over het algemeen andere competenties nodig dan voor de verdwenen banen.

Om hier beter zicht op te krijgen is het nodig banen nader te typeren. Mihaylov en Tijdens hebben in 2019 voor Nederland op minutieuze wijze een typering opgesteld voor 427 verschillende banen, waarbij 3.264 taken zijn onderscheiden. Vervolgens is bepaald in welke mate de taken een routinematig dan wel een niet-routinematig karakter hebben, en in hoeverre de taken veel handwerk dan wel veel kennis en denkwerk vereisen. Banen, die vooral routinematige vaardigheden vereisen, lopen in de toekomst kans om te verdwijnen aangezien deze werkzaamheden eenvoudig zijn te codificeren en te automatiseren, en door computers en robots kunnen worden verricht. Uit een globale berekening op basis van deze gegevens blijkt dat 16 % van de banen in Nederland het risico loopt door automatisering te vervallen, hetgeen correspondeert met 11 % van Nederlandse werkgelegenheid.

Deze getallen vallen nog mee in vergelijking tot de veel aangehaalde studie (2013) van Frey en Osborne. Volgens deze studie loopt maar liefst 47% van de banen in de Verenigende Staten gevaar omdat het werk beter en goedkoper door computers en robots kan worden gedaan. Bovendien staan de lonen van dergelijke banen sterk onder druk.

Ander werk
Automatisering van door mensen verrichte taken betekent echter niet dat daardoor de totale werkgelegenheid afneemt en dat het ‘einde van het werk’ in zicht komt. De Nederlandse
innovatiedeskundige Eric Bartelsman is hierover zeer stellig: “Door digitalisering komen mensen niet zónder werk te zitten. Maar de inhoud van ons werk verandert wel, .. zeker bij de opkomst van kunstmatige intelligentie als gereedschap om taken te vervullen.”

Dit sluit ook aan bij een onderzoek van Deloitte, waaruit blijkt dat tussen 2001 en 2015 de technologische ontwikkeling alleen al in het Verenigd Koninkrijk meer dan 800.000 banen heeft verdrongen, maar dat die ook ongeveer 3,5 miljoen nieuwe banen heeft gecreëerd. Ook verder in het verleden heeft nieuwe technologie nooit per saldo tot verlies aan banen geleid. In de toekomst zal kunstmatige intelligentie evenmin tot minder werk leiden. Zo zal bij computergestuurde beslissingen, zelfs wanneer dat gebeurt met behulp van zelflerende algoritmen, altijd menselijke inbreng nodig zijn. Dit geldt zowel bij het ontwikkelen van die algoritmen als bij de beoordeling en implementatie van de beslissingen die de computer ‘maakt’. Uiteindelijk is de mens, en niet de computer, verantwoordelijk voor de beslissing.

Natuurlijk gaan dit soort veranderingen niet zonder slag of stoot. In een recent rapport toont McKinsey aan de hand van verschillende scenario’s tot 2030 een keur aan mogelijke verschuivingen in beroepen in de komende jaren, met belangrijke gevolgen voor de benodigde competenties van de beroepsbevolking. In de meeste scenario’s is er voldoende kans op volledige werkgelegenheid in 2030. Maar de veranderingen zullen – ook voor het beleid op het gebied van economie en arbeidsmarkt – zeer uitdagend zijn en zullen minstens even groot zijn als we in het verleden hebben gezien bij transities in de landbouw en de industriële productie. Deze ontwikkelingen hebben belangrijke gevolgen voor de beloning(sverschillen).  Door de automatisering zijn het vooral banen in het middensegment die verdwijnen.  Dit levert, wat wel genoemd wordt, een polarisatie op de arbeidsmarkt op met aan de ene kant laagbetaalde banen met veel handmatige – maar niet routinematige- arbeid, en aan de andere kant hoogbetaalde banen waar vooral cognitieve vaardigheden doorslaggevend zijn (zie bijv. Autor and Dorn, 2013).

Van Zombie-baan naar verdienbaan
Wat betekent dit voor de banen die in het Nederland van na corona voor het verdienvermogen moeten zorgen? De coronacrisis zal ongetwijfeld mondiaal, nationaal en regionaal flinke veranderingen in de samenleving, economie en arbeidsmarkt tot gevolg hebben. Dit komt bovenop de hiervoor aangeduide veranderingen. Het zal veel baanvernietiging opleveren , maar op den duur ook tot veel nieuwe banen leiden. Inderdaad loopt de werkloosheid eerst flink op, naar verwachting van het CPB tot 4,3 % in 2020 en tot 5,9% in 2021, waarbij is verondersteld dat er geen tweede algehele contactbeperking (‘lockdown’) komt.

De nieuwe banen zullen een ander karakter hebben dan de banen die door corona verdwijnen. Van belang voor het behoud en zelfs voor een verdere verbetering van het verdienvermogen is dat niet angstvalling geprobeerd wordt oude banen te behouden.  Deze rem op baanvernietiging, en daarmee ook op creatie van nieuwe banen, was een manco van de eerste NOW regeling (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) die de regering heeft getroffen om de directe gevolgen van de schok van de vraaguitval vanwege de contactbeperking op te vangen (Den Butter, 2020). In latere versies van de regeling is wat meer aandacht besteed aan het niet onnodig laten voortbestaan van werk dat niet langer rendabel is. In de pers is hierbij vooral aandacht voor het ten onrechte in leven houden van zogeheten Zombie-bedrijven – dat zijn bedrijven die, mede vanwege de lage rente, blijven voortbestaan ook al kunnen ze de financieringskosten nauwelijks opbrengen. Dit is echter slechts een deel va het probleem. Veel belangrijker is dat Zombie-banen niet behouden blijven. Dat zijn banen (’bad jobs’) binnen bedrijven en instellingen die niet langer bijdragen aan de productie en daarmee aan de welvaart. In de periode na corona, met veel arbeidsdynamiek, d.w.z. veel baanvernietiging en veel baancreatie, loopt de werkloosheid op wanneer degenen van wie de baan vervalt eerst werkloos raken en daarna (hopelijk) weer een nieuwe baan vinden. Dat wordt frictiewerkloosheid genoemd. Het beleid om deze frictiewerkloosheid af te remmen dient er op gericht te zijn de baanwisseling, d.w.z. de overgang van de oude naar de nieuwe baan, zo vlot mogelijk te laten verlopen. In dit verband wordt wel gepleit voor het bieden van werkzekerheid in plaats van baanzekerheid. Dan is het van belang dat zowel bij werkgevers als bij betrokken werknemers goed beseft wordt welke de Zombie-banen zullen zijn. Met een nieuw werkperspectief en omscholing  kan dan op een baanwisseling worden geanticipeerd.

Het nieuwe werken na corona
Aan wat voor baanwisselingen en nieuwe banen valt hierbij te denken? Een belangrijke tendens is dat na corona – mede vanwege het internationale klimaatafspraken – minder zakelijk en toeristisch reisverkeer zal gaan plaatsvinden. Ook de bedrijvigheid in de horeca en evenementen branche zal afnemen. Mogelijke baanwisselingen die in dit verband genoemd worden zijn: van bagage afhandelaar naar distributie medewerker, van stewardess en purser naar zorgmedewerker, en van technicus bij evenementen naar installateur in het kader van de energietransitie. ICT-ers komen in alle bedrijfstakken aan de slag.  De horeca zal zich meer op thuisbezorging moeten richten en online aankopen zullen, nog sterker dan in het verleden, toenemen ten koste van de winkelverkoop. Toerisme in eigen land kan deels als vervanging dienen van de verre vliegvakanties.

Daarnaast is tijdens de coronacrisis veel kennis en ervaring opgedaan met het op afstand werken.  Dat blijkt ook belangrijk voor baanbehoud. Angelucci et al. (2020) laten aan de hand van gegevens voor de Verenigde Staten over de periode maart-juli 2020 zien dat degenen die niet op afstand hun werk konden doen drie maal zo vaak hun baan kwijtraakten als degenen die dat wel konden. Dit percentage baanverliezers was zelfs hoger dan onder vrouwen, Afro-Amerikanen, Latino’s en degenen met een lage opleiding.. Volgens Von Gaudecker et al. (2020) bleek dat in Nederland het feit dat men tijdens de contactbeperking (lockdown) het werk ook goed vanuit huis kon verrichten, of dat men tot de essentiële beroepen gerekend kon worden, van groot belang bij baanbehoud. Overigens heeft volgens deze studie ook de NOW regeling veel tot baanbehoud bijgedragen. Bakens et al. (2020) laten zien dat beroepen met een hoog niveau van probleemoplossend vermogen en menselijk kapitaal minder geraakt zijn door de crisis. Deze ontwikkeling is in lijn met de hiervoor gesignaleerde structureel stijgende vraag naar complexe vaardigheden.

De toename van dit werken op afstand biedt na corona veel profijt voor innovaties, die kennisoverdracht, overleg en beoordelen op afstand faciliteren. Dit geldt niet alleen voor het samenwerken en voor de organisatie van de productie en dienstverlening, maar ook voor het onderwijs waar veel meer gebruik zal worden gemaakt van de digitale mogelijkheden van onderwijs op afstand. Een goed voorbeeld zijn ‘serious games’ waarmee bij wijze van tentamen zelfs de verworven kennis kan worden getoetst op basis van de ervaring in het spelen van het spel. Een ander voorbeeld is het perfectioneren van Virtual Reality en Augmented Reality om contacten, gegevensverwerking en beeldvorming op afstand te bevorderen. Zulke nieuwe technologie bevordert dat de trend naar meer transactiebanen zich kan voortzetten. Hoewel productie wellicht in de toekomst veel meer een op de lokale behoefte gericht karakter krijgt, zie het ‘klein is fijn’ scenario van Den Butter en Van der Duin (2020), zullen nationale, maar ook internationale productieketens die comparatieve voordelen benutten, blijven bestaan.

Besluit
Het nieuwe werken na corona zal niet principieel verschillen van trends die zich toch al op de arbeidsmarkt manifesteerden. Routinematige banen verdwijnen en kennis en competenties zullen meer en meer gericht zijn op het goed kunnen samenwerken en inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Een bijkomende verandering is dat werken en kopen op afstand belangrijker wordt en dat sommige bedrijfstakken, zoals het internationale toerisme en zakelijk reisverkeer, zullen moeten inleveren.

Frank den Butter, economiegids Evolutiegids
AUTEUR FRANK DEN BUTTER | ©EVOLUTIEGIDS | 200918
Economiegids Frank den Butter is hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Transactie-econoom die onderzoekt hoe Nederland zijn positie als handelsland in de toekomst het beste kan benutten.
Corona-economie in de Evolutiegids

Het coronavirus trekt sporen in de economie

Het coronavirus trekt volgens Frank den Butter diepe sporen in de wereldhandel. Is het coronanomie-effect groot?

inclusieve economie

De tijd van de inclusieve economie is aangebroken

De huidige globalisering blijkt een bron van onvrede te zijn, want multinationals worden steeds welvarender en lokale economieën hebben het financieel moeilijk.

COPYRIGHT | PRIVACY |CREATED BY MARY SPAN | ARCHIEF

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?