FRANK DEN BUTTER | koude winter | duurzame evolutie

inflatie | Evolutiegids

20 september 2022 | Frank den Butter | Economiegids

Zijn we klaar voor de koude winter?

De huidige hoge inflatie is behoorlijk vervelend voor mensen met een kleine beurs. Zij kunnen nauwelijks rondkomen en kunnen de energierekening niet meer betalen. Vandaar dat er allerlei beleidsmaatregelen nodig zijn om de pijn te verlichten. De transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie was nog nooit zó urgent.

De hoge energieprijzen zijn deels een gevolg van Poetin’s chantage om de eenheid tussen de landen die solidair zijn met Oekraïne te doorbreken. Moeten we dan maar wat minder gas en andere fossiele randstoffen gebruiken en een winter in de kou accepteren?

Zijn de hoge prijzen voor energie op termijn
voor ons gunstig, omdat we daardoor versneld naar
duurzame energie moeten overstappen?

De recente inflatie, waarbij de prijzen ineens meer dan tien procent hoger zijn dan een jaar geleden, heeft grote gevolgen voor de koopkracht. Dat geldt zeker voor degenen die van een klein inkomen moeten rondkomen, maar zelfs ook voor sommigen met een middeninkomen. Deze inflatie heeft namelijk vooral betrekking heeft op de prijs van energie (gas, elektriciteit en olie), en op producten zoals voeding waar verwarming en transport een belangrijk deel van de kosten uitmaken. Dat zijn allemaal zogenoemde noodzakelijke goederen met een lage inkomenselasticiteit. Bij hogere prijzen heeft men, zeker op de korte termijn, maar een beperkte mogelijkheid om deze goederen te substitueren voor andere goederen waarvan de prijzen niet zijn gestegen. Of om van verbruik van die goederen af te zien. Daarbij komt dat door de hoge inflatie er een herverdeling van arbeid naar kapitaal plaatsvindt – winsten blijven namelijk in reële termen op peil (of nemen zelfs toe), terwijl lonen en uitkeringen dalen.

Er zijn een aantal redenen waarom de prijzen
in de afgelopen periode zijn gestegen.

Zo is er na de coronacrisis een soort inhaalvraag naar allerlei producten: we mogen weer reizen en hebben nog wat geld overgehouden om nu extra uit te geven. Daardoor is ook krapte op de arbeidsmarkt ontstaan – de economie is overspannen geraakt zoals dat heet. Het betekent dat sommige producten niet direct geleverd kunnen worden en daarom schaars zijn. Dat heeft een prijsverhogend effect. Het geldt zeker voor allerlei vormen van transport  waarbij de prijs van olie, en dus van benzine, is gestegen vanwege een vraag die groter is dan het aanbod. Daar komt nog eens bij dat tijdens de coronacrisis de wereldwijde aanvoer van goederen is verstoord, zeker van en naar China zodat allerlei onderdelen niet of pas met grote vertraging beschikbaar zijn. Dat probleem blijft ook nog even voortduren omdat China zelf een zeer stringente corona politiek heeft met steeds weer nieuwe beperkende maatregelen. Dit belemmert nog steeds de handelsstromen.

Maar een zeer belangrijke oorzaak voor de huidige hoge energieprijzen is natuurlijk de oorlog in de Oekraïne. In reactie op de sancties die de westerse landen aan Rusland hebben opgelegd als straf voor de inval in de Oekraïne, heeft Poetin de gastoevoer via de pijpleidingen naar Europa sterk verminderd. Hierdoor is de prijs van gas enorm toegenomen, met het onaangename gevolg dat Poetin er ondanks de verminderde levering meer aan verdient dan toen de kraan nog helemaal open stond. Het probleem hierbij is dat het technisch niet mogelijk is gas uit Rusland op de een of ander manier direct te vervangen. De afhankelijkheid van Russisch gas, en meer in het algemeen van allerhande fossiele brandstoffen, moet nu versneld worden afgebouwd, maar dat kan niet op stel en sprong. Bovendien lijkt het weer openen van de gaskraan in Groningen ook geen optie, ook al zouden met de opbrengsten alle woningen in het wingebied in Groningen aardbevingsbestendig kunnen worden gemaakt. De psychische problemen bij de angst voor bevingen en onzekerheid over de vraag of de overheid bij deze bestemming van de opbrengsten woord houdt en niet weer gaat beknibbelen, maken zo’n heropening onbespreekbaar.

Een nare bijkomstigheid is dat de prijs van
elektriciteit gekoppeld is aan die van gas.

De onderstaande figuur laat zien dat de enorme stijging in het afgelopen jaar van de prijs van gas zich heeft vertaald naar een even hoge toename van de elektriciteitsprijs. De reden voor deze koppeling is dat de aankoopprijs van elektriciteit wordt bepaald door de marginale kosten van het produceren van de gevraagde hoeveel elektriciteit. Kenmerkend voor elektriciteit is nu eenmaal dat het niet kan worden opgeslagen -althans niet in grote hoeveelheden in batterijen – en dat daarom de productie onmiddellijk aan de vraag moet voldoen. Ook al wordt er veel elektriciteit op andere manieren opgewekt, via zonnepanelen, windmolens, kerncentrales, kolen en biobrandstoffen, uiteindelijk is gas nodig om het laatste deel van de vraag te produceren. En dat bepaalt dan momenteel de totale elektriciteitsprijs.

De prijzen van elektriciteit en gas

CBS gas en elektriciteit | EvolutiegidsBron: CBS

Natuurlijk is dat een ongelukkige situatie. De bedoeling bij de energietransitie om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan is immers om zoveel mogelijk van het gebruik van fossiele brandstoffen, waaronder gas, af te raken en te vervangen door niet fossiele energie. Vandaar de inzet in de energietransitie om het gebruik van klimaat neutrale elektriciteit te bevorderen. In Nederland is het nu al zo dat op winderige en zonnige dagen de (marginale) kosten van elektriciteit gering zijn omdat alle elektriciteit dan via zonne- en windenergie worden opgewekt. Maar dat geldt slechts op bepaalde dagen en dan ook nog vooral overdag. Tijdens zulke perioden van geringe vraag en groot aanbod kan de directe marktprijs van elektriciteit op nul uitkomen en kan zelfs negatief worden – je krijgt geld toe wanneer je elektriciteit afneemt – omdat nu eenmaal de (te veel) aangeleverde elektriciteit niet kan worden opgeslagen.

Het is daarom gewenst de prijs van elektriciteit
los te koppelen van de prijs van gas.

Dit geldt zeker in de huidige situatie met een hoge gasprijs terwijl slechts een deel van de elektriciteit, een kleine 40 procent, wordt geproduceerd met aardgas. Dat percentage daalt bovendien snel. Het betekent dat een belangrijk deel van de aanleverkosten van elektriciteit veel lager zijn dan de prijs die de leveranciers ervoor krijgen. Daar zitten dus bij de huidige hoge prijs enorme winstmarges. Bovendien is het wrange gevolg dat degenen die duurzame elektriciteit aanleveren voor deze winsten zorgen.  Dit moet anders, namelijk via een prijs van elektriciteit die variabel is en afhangt van vraag en aanbod op het moment. Dus een hoge prijs bij veel vraag en weinig aanbod – ’s nachts en bij donker, koud en windstil weer – en een lage prijs bij veel aanbod. Een dergelijke prijsprikkel bevordert een slimmere benutting van perioden met grote elektriciteitsproductie: zet de wasmachine en de vaatwasser aan wanneer het zonnig en/of winderig is. Een ook: laat de batterij van de auto op en verwarm de elektrische boiler wanneer de prijs laag is. Zo’n prijsgestuurd gedrag kan een flinke besparing van fossiele energie opleveren.

Overigens hebben de hoge energieprijzen ook zonder deze prijsdifferentiatie al tot een zuiniger gebruik geleid. Uit gegevens van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt dat we in Nederland in de week van 7 tot en met 13 september 2022 513 gigawattuur elektriciteit per dag hebben verbruikt. Dat is 34,2 procent minder dan het gemiddelde van de drie jaren ervoor. Gegevens over het gasverbruik laten zien dat we na de enorme prijsstijging elke week tussen 20 en 40 procent minder verbruikten dan in voorgaande jaren.

De hoge inflatie heeft tot een aanzienlijk
verlies aan koopkracht geleid.

Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat dit verlies in 2022 gemiddeld 6,8 procent bedraagt. Er is daarom alle reden voor de regering om dit koopkrachtverlies te repareren, althans gedeeltelijk en dan vooral voor degenen met de kleinste portemonnee. Zo bevat de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting voor 2023 een koopkrachtpakket van € 17 miljard met maatregelen die volgens minister Kaag ‘historisch’ in omvang zijn. Een van de belangrijkste maatregelen is de verhoging van het minimumloon met 10 procent, waardoor ook uitkeringen flink stijgen. Verder gaat de inkomensbelasting omlaag en enkele toeslagen omhoog. De energietoeslag uit 2022 van € 1.300 voor lagere inkomens blijft ook in de eerste helft van 2023 bestaan. Volgens het CPB neemt de bestedingsruimte voor huishoudens in 2023 dankzij dit pakket met 3,9 procent toe, hetgeen wel betekent dat de klap van de hoge prijzen voor huishoudens dus slechts ten dele wordt opgevangen.

Een volledige reparatie is ook niet economisch verantwoord omdat de hoge energieprijzen vooral aan het buitenland moeten worden betaald zodat het een ruilvoetverlies betekent. Ofwel een nationale verarming zoals het ook wel wordt uitgelegd. Bovendien is vanuit het oogpunt van het klimaatbeleid zo’n hogere energieprijs – althans voor fossiele brandstoffen – juist gewenst omdat deze een prikkel geeft tot minder gebruik, maar ook tot substitutie naar duurzaam energiegebruik. Meer in het algemeen betekent de mogelijkheid van substitutie tussen sterk in prijs gestegen producten naar goedkopere alternatieven dat de hoogte van het koopkrachtverlies wordt overschat. Dat geldt ook, zoals ik in Me Judice heb beschreven, voor degenen die een flinke salarisverhoging hebben weten te bedingen.

Kabinet wil prijsplafond voor stroom en gas.

Omdat de inflatie en daarmee het koopkrachtverlies verder is opgelopen toen de Miljoenennota al bij de drukker lag, werd het urgent om nog extra maatregelen te nemen om de opgelopen energiekosten te compenseren.  PvdA en Groen-Links ontwikkelden daartoe het plan van een prijsplafond voor gas en elektriciteit. De bedoeling is dat de prijs daarbij tot het gemiddelde verbruik van kleinverbruikers (1.500 kuub gas en 3.300 kilowattuur elektriciteit) wordt vastgezet op het niveau van januari 2022. Daarboven geldt de actuele, veel hogere prijs. Zo’n prijsplafond levert vooral kleine gebruikers een voordeel op, terwijl grootgebruikers een prikkel behouden om verder te bezuinigen. De regering voelt wel wat voor zo’n prijsplafond. Minister Jetten zei hierover: “Een vorm van een prijsplafond is nuttig voor meer stabiliteit en zekerheid”. Hij presenteerde een variant op dit plan.

Komt de compensatie voor
de hoge energierekening te laat?

Het probleem bij alle maatregelen waarbij de financiering via de begroting verloopt is dat de op Prinsjesdag ingediende begroting geldt voor 2023 en de maatregelen pas dan kunnen ingaan. Daarbij moet de begroting ook nog door het parlement worden goedgekeurd. Maar voor de huishoudens waarvoor de energierekening echt te hoog is en die door hun energieleverancier dreigen te worden afgesloten, komen deze maatregelen te laat. Nu kan het prijsplafond wellicht via een prijswet worden geregeld, maar ook dan is uitvoering gecompliceerd en kost dus tijd.

Om te voorkomen dat huishoudens worden afgesloten van gas en elektra, en in de winter echt in de kou komen te zitten, wordt daarom gewerkt aan het oprichten van een ‘noodfonds’, gevuld met enkele honderden miljoenen. Daarbij kan het gaan om uitstel van betaling voor degenen die een betaalachterstand hebben. Het probleem is dat zulke regelingen fraudegevoelig zijn. Voorkomen moet worden dat men bewust betaalachterstand oploopt om van de regeling te profiteren. In een andere variant wordt gedacht aan aanvullingen op al bestaande regelingen die de energierekening voor kwetsbare groepen betaalbaar moeten houden, bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand. In ieder geval mag de regeling niet de prikkel wegnemen om zo min mogelijk energie te gebruiken.

Ook de Europese Unie vindt de torenhoge energieprijzen
te gortig en heeft nu haast gemaakt
met het ingrijpen in de vrije energiemarkt.

Zuidelijke landen met veel groene energie pleiten daar al lang voor. Op 14 september 2022 heeft de Europese commissie hiervoor een concreet plan gepubliceerd. Het gaat daarbij om een prijsplafond en extra belasting voor bedrijven die van de hoge prijzen profiteren. Zo mogen bedrijven die stroom opwekken zonder het dure gas, bijvoorbeeld met windmolens, kolen- of kerncentrales, volgens dit plan niet meer dan €180 per kilowattuur in rekening brengen. Daarnaast is er een tijdelijke solidariteitsbijdrage van tenminste 33 procent op winsten van producenten in de sectoren olie, gas en kolen. Geraamd is dat zo’n afroming van winsten de lidstaten op jaarbasis tot € 117 miljard kan opleveren. De lidstaten kunnen deze opbrengsten doorsluizen naar zowel particuliere als commerciële eindverbruikers van elektriciteit, die deze hoge prijzen moeten betalen. Dat kan gaan om inkomenssteun, kortingen en om investeringen in hernieuwbare energiebronnen, in energie-efficiëntie of in technologieën die CO2 uitstoot beperken. In ieder geval moet de verleende steun een prikkel zijn om de vraag terug te dringen. De lidstaten moeten zelf besluiten over de verdeling van deze afgeroomde winsten. Daarbij leeft in Brussel wel de gedachte dat er tussen de lidstaten een vorm van solidariteit nodig is waarbij vooral de lidstaten die sterk door de prijsverhogingen en het minder beschikbaar komen van Russisch gas worden getroffen, veel uit de pot met afroomwinsten krijgen. Dit mede om de lidstaten op één lijn te houden ten aanzien van de sancties tegen Rusland.

De vraag hoe deze maatregelen van de EU zich verhouden tot de maatregelen die Nederland zelf al op de ontwerptafel heeft. De gedachte is dat deze EU maatregelen een goede aanvulling op de Nederlandse voorstellen vormen en deze niet in de weg lopen.

Op weg naar een warme en duurzame toekomst.

De enorme prijsverhogingen van olie en gas leveren een beleidsdilemma op. Aan de ene kant is zo’n prijsverhoging van fossiele brandstoffen juist gewenst omdat de transitie van niet-duurzame naar duurzame energie er door wordt versneld. Aan de andere kant levert het koopkrachtsverlies op en brengt het huishoudens met een krappe beurs in de problemen. Daarom moeten de maatregelen om de koopkrachtpijn te verzachten, zo min mogelijk de overgang naar gebruik van uitsluitend duurzame energie in de weg zitten.

Daarbij is het nodig om de prijs van duurzaam opgewekte elektriciteit los te koppelen van de gasprijs. Een toekomstbeeld daarbij is om iedere gebruiker de feitelijke uurprijs van elektriciteit in rekening te brengen met de mogelijkheid om via computergestuurde optimalisatie op die momenten elektriciteit af te nemen wanneer die uurprijs het laagst is. Dit in aanvulling met vormen van opslag van zelf opgewekte elektriciteit en vergoeding van uitlevering van zelf opgewekte elektriciteit op basis van de geldende uurprijs. Zo’n technologische innovatie dient te worden gecombineerd met andere manieren om de efficiëntie van het energieverbruik te verminderen, en in meer ruimere zin, te voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Het gevolg zal zijn dat op termijn de prijzen van energie juist zullen dalen en dat dit dus niet langer een bron van inflatie en koopkrachtverlies zal zijn. Poetin zal zijn gas-  en olievoorraden dan niet meer, of slechts tegen een zeer lage prijs, kunnen verkopen.

Frank den Butter in De Evolutiegids

AUTEUR FRANK DEN BUTTER | ©EVOLUTIEGIDS | 220920
Economiegids Frank den Butter is gasthoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Transactie-econoom die onderzoekt hoe Nederland zijn positie als handelsland in de toekomst het beste kan benutten.
Elizabeth R | Evolutiegids

In de rij voor Elizabeth

Economiegids Frank den Butter herinnert zich Elizabeth, 57 jaar geleden.

Jan Rotman's visie | Evolutiegids

Jan Rotmans als premier?

Jan Rotmans is een gepassioneerde leraar die zijn tijd ver vooruit is. Is hij een premier in de maak?

COPYRIGHT | PRIVACY |CREATED BY MARY SPAN | ARCHIEF

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?