YVONNE VAN ETTEN | verdienmodellen | zakelijke evolutie

Verdienmodel | Evolutiegids

11 oktober 2022 | Yvonne van Etten | Bezinningsgids

We verdienen beter!

We leven in een modellenwereld, een samenleving die draait onder systemische modellen. Is dit modelleren iets van alle tijden of was dat vroeger wel even anders? En heeft het modellensysteem invloed op de evolutionaire verloop van dingen? Bezinningsgids Yvonne van Etten bezint zich op de wereld van modellen.

Toen het gunnen van de verdienste plaats maakte voor de macht van het verdienen, werd de systemische analyse gemeengoed en kregen verdienmodellen kans van slagen.

We leven in een modellenwereld, een samenleving die draait onder systemische modellen. Weermodellen, rekenmodellen, productiemodellen, beleidsmodellen, groeimodellen, je kan het zo gek niet bedenken of er is wel een modelletje voor bedacht. Of er liggen plannen voor een malletje om uitkomsten, resultaten en weerslagen te modelleren. Alles om invloed uit te kunnen oefenen op het evolutionaire verloop der dingen. Zo worden hele netwerken opgetuigd om uitvoering te geven aan onze modellenmaatschappij. Oh ja, we kennen ook fotomodellen. Plaatjes vullen gaatjes als het gaat om het beklijven van informatie te bevorderen. Dat kan om een reclamefoto gaan maar ook om diagrammen en andersoortige afbeeldingen die tot de verbeelding spreken. Zij blijven onbewust en ongewild hangen… en wij gaan ons ernaar gedragen.

Is dit modelleren tot in de puntjes
iets van alle tijden of was dat
vroeger wel even anders?

Groepsprocessen vragen om enig leiderschap, maar meestal komt zo’n aanvoerder wel op natuurlijke wijze naar voren. Hij of zij heeft dan de x-factor en blijkt in staat om de samenhang in de groep te bevorderen en te behouden. De groep blijkt vervolgens heel goed in staat om deze opgestane leider weer tot de orde te roepen op momenten dat door een scheve machtsverhouding de groep uiteen dreigt te vallen. Zo worden polarisatie en onenigheid vroegtijdig door de groep zelf ondervangen en daar gaat het om. Het gezamenlijk streven naar fluctuerende harmonie is de grondgedachte, dat model verdient de aandacht.

Daarbinnen is geen plaats voor verdienmodellen zoals wij die nu kennen, omdat de verdeeldheid niet uitgespeeld wordt en dus niet de inzet is voor machtsverhoudingen en exponentiële financiële verdiensten. Uitzonderingen daargelaten… maar precies die uitzonderingen worden nu aangegrepen om ons hele leven te onderwerpen aan grootschalige modellering tot in de puntjes van de uitlopers. Een verdienmodel wordt gevormd op de voedingsbodem in de uitlopers van een uitvergrote uitzondering.

Ooit moet het overwegend vredige samenleven gemeengoed geweest zijn, anders kunnen niet zoveel mensen verlangen naar die omgangsvormen in een gemoedelijk samenzijn.

Dat ligt dan toch ergens in het geheugen opgeslagen zou je zeggen. We noemen dat het paradijs of de zevende hemel of the Garden of Eden. Er wordt volop over gezongen en geschreven om de moed erin te houden. Toen was geluk nog heel gewoon? Je kunt je dus afvragen hoe en waarom we de tweespalt zo naar voren hebben gehaald en het zo prominent opvoeren voor analyse, beleid en modellering. Zou er ergens in de geschiedenis iets aan te wijzen zijn dat ertoe bijgedragen zou kunnen hebben dat wij nu zo gefocust zijn op onze ratio?

Welk Eureka heeft de kanteling in gang gezet?

Toen de zogenaamde Verlichting haar intrede deed werden de ratio, het denken en de analyse toonaangevend. De intuïtie kwam op het tweede plan, waardoor het gevoel en de emotie naar de achtergrond schoven als onhandige medespelers. Het bedenken werd maatgevend en zo konden we dingen in kaart en in lijn brengen. We gingen dat als een verdienste beschouwen. We kregen grip op onze omgeving en gaandeweg op onszelf in die omgeving. We plaatsten onszelf als mens buiten de contextuele habitat en gingen ons opstellen en gedragen als toeschouwer en regisseur van het bestaan. Maar zijn daarbij willens en wetens gewoon vergeten dat we een expliciet onderdeel zijn van de evolutionaire natuurlijke processen in die habitat. We hebben onszelf als het ware gesplitst waardoor we door ons handelen zowel dader als slachtoffer zijn. Ons (be)denken maakt het mogelijk deze duale positie in te nemen, als we ons geestelijk loskoppelen van emotie en gevoelens. Zodra ons denken gevoel en emotie toelaat is de analyse niet meer eenduidig te maken en zou modelleren een stuk lastiger zijn. Dus hebben we onze intuïtieve vaardigheden terzijde geschoven om een maatschappij te kunnen inrichten op grond van waarneming, veronderstelling, berekening, herleiding en voorspelling. Vooruitzichten opstellen is de manier geworden om onze samenleving vorm te geven en dat lijnenspel gieten we in modellen waarmee we kunnen werken. Ze bieden ons houvast en daaraan ontlenen we bestaansrecht. En daar staan we dan.

De innerlijke waarde van de verdienste heeft
plaats gemaakt voor het uiterlijk vertoon van het verdienen.

En met geld als smeermiddel lopen gevoel en emotie op het tweede plan mee als een soort troost voor de gemoederen. We kúnnen ons als mensdom realiseren, dat we mentaal in staat zijn om kantelingen te maken in ons denken. Dat hebben we immers eerder gedaan. We krijgen hier steeds beter zicht op, aangedreven door unheimische gevoelens over de huidige gang van zaken. Zo’n kanteling vraagt een bundeling van inzichten vanuit diverse invalshoeken en een kritieke massa om daadwerkelijk het dubbeltje de zogenaamde goede kant op te laten vallen. We beleven nu de labiele fase van ‘het dubbeltje op z’n kant’.

De geïncorporeerde en geïnternaliseerde modellenmaatschappij waarin wij nu leven, is toe aan een diepgaande wending om de boel leefbaar te houden. Enige modellering is dienstbaar aan ons samenleven, maar het gaat om de snit. Waar zit de ruimte, welke maatvoering wordt gehanteerd en wie zijn de couturiers en de patronenmakers? Lopen we allemaal in hetzelfde jasje of mogen en kunnen we eigen accenten en accessoires aanbrengen? Het ouderwetse basispatroon vraagt modernisering. Momenteel produceren we kelders en pakhuizen vol handel waar niemand meer op zit te wachten. Nieuwe verlichting hebben we nodig, een nieuw Eureka. De signalen daartoe zijn voelbaar en staan te trappelen van ongeduld om hun diensten te bewijzen.

We verdienen beter!

Van meer naar beter is een volgende stap in het evolutionaire groeiproces naar andere zienswijzen over waarderen en verdien(st)en. Tijd voor een levensvisie waarin intuïtie en gevoelswaarden weer meetellen om de ratio aan te sturen. Einstein verwoordde het als volgt: “Het enig écht waardevolle is de intuïtie. De intuïtieve geest is een heilig geschenk en de rationele geest haar trouwe dienaar. We hebben een maatschappij geschapen, die de dienaar vereert en het heilige geschenk is vergeten”.

Als we gevoel en emotie weer integreren in onze waarderingen boort de ratio een ander richtinggevoel aan.

Wij mensen worden aangezet om in polonaise uitvoering te geven aan procedures zodat alles soepel kan verlopen. We worden een bos met gebaande paden in gestuurd en betreden een gereguleerd landschap.  Zogenaamd intelligente technologie zou ons daarbij dienstbaar moeten zijn. Gevoel, emotie en intuïtie zijn zo goed als onbruikbaar omdat technologie deze vaardigheden ten enenmale ontbeert. Dat maakt technologie wezenlijk mensonterend. We laten ons onderwerpen en worden knoppendrukkers van onze eigen vindingen…

Maar waarom doen wij dit eigenlijk allemaal? Waartoe wordt ons leven zo strak van boven tot onder en van binnen en buiten onderworpen aan planningen, indelingen en modellen in een toenemend technologische omgeving? Zou dat iets te maken kunnen hebben met onze verdienmodellen?

Met verdienen bedoelen we al snel geld verdienen. En dan ook nog winst maken, liefst exponentieel. Meer dan nodig is en dat idee komt voort uit het ‘marktdenken’. Daarin ligt besloten dat verdienen vooral de lading van groei en rijkdom draagt. Steeds verder groeien en meer verdienen, gewoon omdat het kan. Niet dat het nodig is, maar het voorziet in de vrijheid die het neoliberale kapitalistische gedachtengoed propageert en die ideologie is tegenwoordig maatgevend en toonaangevend. Het is onze snit en het wordt een steeds krapper jasje.  

En zo zijn we met z’n allen beland in een samenleving die zich laat leiden door almaar groeiende verdienmodellen.

De markt vraagt modellering omdat alleen op die manier het verdienen zoden aan de dijk zet. Regulering volgens plannen. Lijkt eigenlijk op een planeconomie… geleid door de driehoek overheid, bedrijfsleven en financiële instellingen, waarbij de wetenschap ingezet wordt als onderbouwing en bekrachtiging van de plannen. Gek eigenlijk dat wij dat de ‘vrije markt’ noemen. Het duidt niet op een vrij marktmechanisme, zoals wij dat lokaal op onze weekmarkten ervaren. Nee, het duidt op de vrijheid om het vermarkten zelf te reguleren. Een spel tussen vraag en aanbod reguleren met schaarste en overvloed, in de fase voorafgaand aan de (week)markt zelf. Aha! Verdeel en heers. Gereguleerde levensvatbaarheid. Reclame en marketing werken hier op de goederenmarkt, propaganda en partijpolitiek werken op maatschappelijk vlak.

De echt vrije markt is de ecologische,
natuurlijke procesgang.

Hierin is uitwisseling te allen tijde dienstbaar aan het harmonieus en gebalanceerd samengaan in verbintenis. Omdat beweging de norm is binnen deze natuurlijke procesgang, is er altijd enige disbalans (als je het zo al wilt noemen…), die wij nu inzetten om ons spel te spelen. Het grote verdienmodel zit ‘m in het uitvergroten en specificeren van disbalans en uitzonderingen, om vervolgens te gaan beïnvloeden en stroomlijnen middels analyse en vooropgezette plannen. Verdienmodellen zijn eigenlijk spelelementen die op zoek zijn naar disbalans om er een oplossing voor te zoeken. En dat noemen we dan een behoefte of soms zelfs een noodzaak. Wetend, dat zo’n uitvergroting alleen nog maar meer disbalans genereert, die dan ook weer opgepakt kan worden als mogelijk volgend verdienmodel.

Die financiële inbreuk op de geldloze ecologische evolutie, is een verstoring van de vrije handel en wandel.

Geld hebben wij tussen de natuurlijke uitwisseling gewurmd als rationele vaste waarde, waardoor de intuïtieve gevoelswaarde onderuitgehaald kan worden. Waarde wordt nu bepaald door menselijke belangen, niet meer door gedeelde behoeften. Waarde heeft waardering overvleugeld. Voorzien in elkaars behoeften in doorgaande ontwikkeling, daar hebben we behoefte aan. Wij hebben menselijke behoeften en belangen uit de habituele context gehaald en dachten daarmee heer en meester te kunnen worden over de natuurlijke elementen. Mooi niet! 

Op de echt vrije markt wordt voornamelijk het broodnodige verhandeld. De verdienste zit ‘m dan niet in de financiële weerslag maar eerder in het idee dat mens, natuur en milieu in samenhang floreren. Daar wordt alles beter van. De uitwisseling is de verdienste en het model is de integrale natuurlijke ecologische vrije markt zelf. Vrijer kunnen we het niet maken, ingewikkelder wel.

Enige voorzorg, reserve, verzameling en vernieuwing loopt daar weldegelijk in mee, omdat ook de natuur appeltjes voor de dorst kent en onderhevig is aan intuïtieve en creatieve ontwikkelingsvormen. We kunnen altijd voor verrassingen komen te staan. Hamsteren is soms broodnodig. Dat wij die elementen uitvergroot hebben is een kwestie van rationele deductie en selectie, mentaal uit de keten stappen en eigen plannen trekken die de natuur tarten. En zo zijn we beland in onze crises. We hebben het zelf verdiend zou je kunnen zeggen.

Gaan neo-liberaal kapitalisme en
integrale ecologische duurzaamheid wel samen?

Of zijn ze zo tegenstrijdig in hun ideologie dat ze contraproductief werken en dat juist daaruit verdienmodellen te filteren zijn? Dat ze het slechte in elkaar naar boven en naar voren halen waar we dan mee aan de slag kunnen om over en weer die geprofileerde nadelen te elimineren. Stuivertjes wisselen van vestzak naar broekzak en weer terug natuurlijk. Zien we daarom dat duurzaamheidsdoelen niet echt werken en niet wezenlijk mens en milieu ten goede komen, maar eerst en vooral de groei- en verdienmodellen vorm, inhoud en kracht verschaffen? Met de modellen wordt geld verdient en met dat geld worden de modellen hooggehouden. De modellen zelf zijn mensenwerk en zo beland het verdiende geld vanuit het model selectief in het maatschappelijke domein. De modellen fungeren als regelstations.

Kan de natuur dat zelf niet veel beter regelen?

Ja hoor, je ziet het om ons heen. De natuur is de grote baas. We ontdekken stilletjes aan het mensonterende karakter van verdienmodellen en de huidige technologische ontwikkelingen. Digitalisering en algoritmisering brengen ons steeds verder van huis… in plaats van dichterbij onze aardse identiteit als menselijke entiteit. Als wij ons rationeel én intuïtief weer in verbinding stellen met die natuurlijke processen en de ecologische principes, fungeren we weer als onderdeel van de keten, waar we ons als mens al veel te lang boven dachten te hebben geplaatst. Het blijkt een onmogelijke exercitie te zijn. De constatering dat wij mens, natuur en milieu apart noemen is tekenend voor de manier waarop wij het bestaan benaderen. Dat kan beter! Wordt het gelijk mooier, liefdevoller, rustiger en vrediger. Nou, wie wil dat nou niet?

Yvonne van Etten in De Evolutiegids
AUTEUR YVONNE VAN ETTEN | ©EVOLUTIEGIDS | 221011
Bezinningsgids Yvonne van Etten schrijft gedichten, maakt kunstwerken en is auteur.
Zij bezint zich op alles wat langs komt.
Jan Rotman's visie | Evolutiegids

Jan Rotmans als premier?

Jan Rotmans is een gepassioneerde leraar die zijn tijd ver vooruit is. Is hij een premier in de maak?

Schaarste in lusthof Aarde | Evolutiegids

Lustoord Aarde

Moeten we het ideaal van wereldvrede en welzijn laten varen? Of kunnen we blijven geloven in een vreedzame bloeiende samenleving?

COPYRIGHT | PRIVACY |CREATED BY MARY SPAN | ARCHIEF

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?