FRANK DEN BUTTER | generatiebewust beleid | sociale evolutie

rentmeesterschap in de Evolutiegids

3 maart 2021 | Frank den Butter | Economiegids
We moeten weer generatiebewust worden!

sociale evolutie bij De EvolutiegidsHet recente boek ‘De Goede Voorouder’ van Roman Krznaric en het rapport ‘Generatiebewust Beleid’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 1999 hebben eenzelfde boodschap: zorg ervoor dat de volgende generaties minstens evenveel van de welvaart en het leven op aarde kunnen genieten als wij. 

Stel je voor dat jouw kleindochter een gesprek heeft met haar kleinkinderen. Zij vragen naar vroeger en naar wat voor soort leven de grootouders van hun oma hadden. In hoeverre waren zij gelukkig en welvarend, en in welke mate waren zij bezorgd om de toekomst van hun kleinkinderen en klein-kleinkinderen? Welke verhalen kan jouw kleindochter dan vertellen: leefde je alleen in het nu of heb je ook daadwerkelijk rekening gehouden met het wel en wee van toekomstige generaties?

Kathedraaldenken
Met dit gedachtenexperiment illustreert Roman Krznaric (2020)
zijn pleidooi om een goede voorouder te zijn. Volgens Krznaric zijn we veel te veel geneigd op de korte termijn te denken: hoe kunnen we nu zoveel mogelijk van het leven en onze welvaart genieten en daar plezier aan beleven? En in het zakenleven gaat de aandacht vooral uit naar de winst en de beurskoersen van vandaag. Maar veel van onze welvaart hebben we te danken aan de bemoeienis en misschien ook wel opoffering van onze voorouders. Om zelf een goede voorouder te zijn moeten we dat beseffen,  maar vooral ook ver vooruit kunnen denken. Krznaric gebruikt hiervoor de metafoor van de eikel en de kathedraal. Wanneer je nu een eikel in de grond plant kan daaruit een eik groeien. De eerste jaren zal deze klein zijn en beleef je er weinig plezier aan. Maar na jaren wordt het een grote en machtige boom. Wellicht heb je er dan zelf niets meer aan, maar voor de volgende generaties draagt de eik bij aan het landschappelijk schoon, aan een beter milieu en daarmee aan meer levensvreugde. Iets dergelijks geldt ook voor een kathedraal. De bouw van een kathedraal duurde jaren en zelfs eeuwen. De oorspronkelijke plannenmakers wisten dat zij nooit de voltooiing van de kathedraal zouden meemaken.  Zo wordt aan de door Gaudí ontworpen Sagrada Familia in Barcelona na 139 jaar nog steeds doorgebouwd. Nee, de planters van eiken en bouwers van kathedralen deden dat niet voor zichzelf maar om goede voorouders te willen zijn, waar kleindochters met trots aan hun kleinkinderen over konden vertellen.

Nalatenschap
Verering van de voorouders is van alle tijden en religies. Voorouderverering gaat echter niet alleen om dank voor wat onze voorouders voor ons hebben betekend. Voorouderverering staat juist aan de basis van een sterke keten van intergenerationele verbindingen, zowel achteruit maar ook vooruit in de tijd. Als bekendste uitingsvorm van deze gedachtegang noemt Krznaric (blz. 75) het Maori idee van de Whakapapa, een lange, ongebroken keten van mensen die arm in arm staan van het begin van de tijden tot het einde van de eeuwigheid. Goed voorouderschap is een nalatenschap creëren voor de toekomst. Opgemerkt zij dat vanuit deze Maori traditie het Nieuw-Zeelandse rugby team voor elke wedstrijd de haka dans uitvoert.  

De volgende generatie
Ik kwam met de term goed voorouderschap in contact toen ik in 1998 lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) werd. Deze Raad van wetenschappers uit verschillende disciplines heeft als taak om ‘ten behoeve van het Regeringsbeleid wetenschappelijke gefundeerde informatie te verschaffen over ontwikkelingen die op langere termijn de samenleving kunnen beïnvloeden en daarbij tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden en te verwachten knelpunten, probleemstellingen te formuleren ten aanzien van de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te geven’. Kortom, de taak is voor de overheid problemen te signaleren die zich op lange termijn kunnen voordoen. Daarbij nam ik mij voor dat mijn beide zonen, indertijd 6 en 9 jaar oud, mij niet later zouden kunnen verwijten: ‘Pappa, jij was toen toch lid van de WRR; waarom heb je de moeilijkheden waar we nu mee zitten toen niet zien aankomen?’ Ik geef toe: het betrof slechts één generatie vooruit en niet de vier of zeven generaties die in het boek van Krznaric worden genoemd. Bovendien is het goed dat ik het niet zo hardop heb uitgesproken want de kredietcrisis en de coronapandemie hebben we bij de WRR niet zien aankomen. We hebben nog wel wat gepraat over nanorobotjes en ruimteschroot, maar zijn daar niet op doorgegaan omdat er indertijd toch nauwelijks iets over te vertellen viel: het waren zogeheten ‘unknown unknowns’.

Generatiebewust beleid
Toch behandelde het eerste rapport dat we als nieuwe raad uitbrachten een centraal thema bij goed voorouderschap, namelijk de intergenerationele rechtvaardigheid en solidariteit. Dit
rapport ‘Generatiebewust Beleid’ uit 1999 gaat over de mate waarin de huidige generatie bereid en van plan is rekening te houden met de welvaart en behoeftebevrediging van toekomstige generaties. Het idee voor dit WRR-rapport is ontstaan tijdens een brainstormsessie op de hei in 1998. Kees Schuyt wilde een rapport over de jeugd, Pauline Meurs een rapport over de ouderen. Bij wijze van poldercompromis heb ik toen voorgesteld om een rapport over de overdrachten tussen generaties te schrijven. Dat is de reden van mijn betrokkenheid bij de projectgroep. De werktitel was dan ook ‘Overdrachten tussen Generaties’ (OTG). De uiteindelijke titel Generatiebewust Beleid kwam uit de koker (of pen) van Frans Bletz, indertijd de secretaris van de Raad.

Het rapport bevat een taxonomie van overdrachten die tussen generaties plaatsvinden (zie ook het ESB artikel van Kees Schuyt en mij over de economische band tussen generaties). De belangrijkste overdracht van oud naar jong betreft, wat genoemd wordt, het technologiekapitaal. Dat is al de technologische kennis en handelskennis die in de loop van de tijd is opgebouwd. Deze heeft een grote materiële welvaartsgroei opgeleverd waarvan de toekomstige generaties profiteren.  Door onderwijs – ook een overdracht van oud naar jong – is met de opbouw van menselijk kapitaal het verdienvermogen van de nieuwe generaties sterk vergroot. Deze overdrachten van oud naar jong zijn wel gebonden aan een sociaal contract: de bedoeling is dat onze kinderen de kennis weer aan hun kinderen doorgeven. Een dergelijk – door de overheid te garanderen – sociaal contract bestaat ook bij de AOW. Dat is een overdracht van jong naar oud. Onze kinderen betalen via een omslagstelsel onze AOW in de verwachting dat hun kinderen dat ook voor hen zullen doen.   

Generatiebewust begrotingsbeleid
Ook het financieringstekort van de overheid, en daarmee de staatschuld, vormt in beginsel een overdracht van jong naar oud. Met geleend geld financiert de overheid uitgaven die niet uit de belastingopbrengsten of andere inkomsten van de overheid kunnen worden betaald. De vraag in hoeverre toekomstige generaties echt door de overheid met een extra schuld worden opgezadeld heeft ertoe geleid dat het ministerie van Financiën in 2006 de mogelijkheden van een ‘Generatiebewust begrotingsbeleid’ heeft onderzocht, namelijk ‘een begrotingsbeleid met een evenwichtiger verdeling van vermogens, schulden en risico’s over de generaties’.  Daarmee is de notie van een het ‘houdbaarheidssaldo’ in de begroting geïntroduceerd. Dat is de ruimte waarbij de overheid ook aan komende generaties dezelfde sociale zekerheid en voorzieningen kan bieden, zonder daarbij in de financiële problemen te komen. De overheidsbegroting is houdbaar als het houdbaarheidssaldo 0 is. Over het houdbaarheidssaldo is tussen economen flink wat discussie ontstaan. Zo geeft
Bas Jacobs aan dat het houdbaarheidssaldo het verschil meet tussen alle toekomstige uitgaven en inkomsten van de overheid. Daarmee geeft het houdbaarheidssaldo het beeld van de overheidsfinanciën op lange termijn en niet slechts in één jaar. Bovendien houdt het houdbaarheidssaldo niet alleen rekening met de verplichtingen van de overheid, maar ook met de bezittingen. Toch betekent evenwicht van overdrachten tussen generaties in bredere zin niet per sé dat het houdbaarheidssaldo op nul moet uitkomen. Wanneer overheidsbestedingen, bij voorbeeld in onderwijs, infrastructuur of technologie het verdienvermogen van de toekomstige generaties doen toenemen, mag dat via extra staatschuld worden gefinancierd.

Greta Thunberg
Verreweg de meest in het oog springende overdracht van de jonge generatie naar de ouderen is de aantasting van het milieu als gevolg van het streven naar materiele welvaartsgroei van de ‘boomers’ in de afgelopen zeventig jaar. De ouderen hebben hierbij ten koste van de jongeren ingeteerd op het milieukapitaal. Dit is wat Greta Thunberg en haar generatiegenoten mijn generatie van boomers kwalijk nemen.  In een ESB artikel heb ik vorig jaar berekend dat die materiële welvaartsgroei door opbouw van technologiekapitaal en menselijk kapitaal in de periode van 1950 tot 2020 maar liefst 357% bedraagt. Maar wel ten koste van een aanzienlijke verlies aan milieukapitaal. Daarom is van belang dat, om het evenwicht tussen intergenerationele overdrachten te herstellen, in de komende periode vol wordt ingezet op herstel van het milieu, en daarbij vooral op het inperken van de opwarming van de aarde. In hoeverre dit tot extra overheidsschuld en dus tot een negatief houdbaarheidssaldo en tot een extra last voor toekomstige generaties leidt is een politieke keuze. De recente doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het CPB, ‘Keuzes  in Kaart 2022-2025’ toont dat meeste partijen financiële lasten inderdaad naar toekomstige generaties willen verschuiven. Bij D66 (hogere uitgaven, lastenverlichting) en de SP (hogere uitgaven, lastenverlichting en verlaging van de pensioenleeftijd) is deze verschuiving het sterkst.

Laudatio Si’
Dat intergenerationele solidariteit en goed voorouderschap tegenwoordig een breed maatschappelijk draagvlak heeft, blijkt uit het feit dat er in 2015 een encycliek aan is gewijd. In deze encycliek, Laudato Si’ (Latijn voor Geprezen zijt Gij), roept paus Franciscus ‘alle mensen van goede wil’ op om met respect en eerbied om te gaan met de Aarde en de armen. Zo moeten de economie, de politiek, de maatschappij, en ook de kerk gericht zijn op het behoud van de schepping, op het verbeteren van de levensomstandigheden van de zwaksten en op het welzijn van de generaties die na ons komen. De encycliek is niet enkel gericht aan katholieken, maar aan iedereen in de hele wereld. Opmerkelijk is dat uit een studie van
Marie Briguglio, Teresa García-Muñoz en Shoshana Neuman blijkt dat spirituele belangstelling en actief zijn op sociaal-cultureel gebied bijdraagt aan maatschappelijk engagement en milieu bewustzijn. Voor degenen die alleen trouw de kerk bezoeken geldt dat niet.

Scenario’s voor het nageslacht
Om beter zicht te krijgen op hoe we als goede voorouders de volgende generaties een toekomst kunnen bieden waar de aarde leefbaar blijft en het aantal met klimaatverandering samenhangende rampen beperkt blijft, zijn specifieke scenario’s nodig. Krznaric noemt dat holistische voorspellingen die een lange-termijnpad voor de beschaving opleveren. Voor dit soort lange termijn beschouwingen is het ondoenlijk om precies de verschillende mogelijke toekomstbeelden te kwantificeren. De gebruikelijke scenario-analyse zoals deze door de Rand Corporation en Shell ontwikkeld zijn, voldoet daarbij niet. Als alternatief toont Krznaric schetsmatig drie verschillende wegen die de beschaving zou kunnen bewandelen, namelijk die van de Ineenstorting, van de Hervorming en van de Transformatie. Alleen de derde weg, die van de Transformatie, biedt zicht op een toekomst waarin de volgende generaties goed verder kunnen leven. Dan is wel een radicale verandering van de waarden en instituties nodig die ten grondslag liggen aan de samenleving. Het boek van Krznaric maakt duidelijk dat het essentieel is nu met het bewandelen van die derde weg te beginnen.  

Rawls en generatiekeuze
Bij de discussies over het WRR-rapport ‘Generatiebewust beleid’ kwam Kees Schuyt met een beeldend gedachtenexperiment. Stel dat iemand mag kiezen in welke tijd hij of zij in Nederland geboren wordt, en dus de eigen generatie kan uitkiezen. Maar dan wel met de ‘sluier van onwetendheid’ van Rawls met betrekking tot de maatschappelijke positie van de ouders: arm, rijk, hoog of laag opgeleid, enz. Wij waren het er indertijd over eens dat de keuze dan op de huidige generatie, of misschien zelfs wel op een toekomstige generatie zou vallen. Dan is de kans om van de gestegen welvaart te kunnen profiteren het hoogst. Goed voorouderschap impliceert dat ook de kleinkinderen van onze kleinkinderen voor de eigen generatie zullen kiezen.

Frank den Butter in De Evolutiegids
AUTEUR FRANK DEN BUTTER | ©EVOLUTIEGIDS | 210303
Economiegids Frank den Butter is hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Transactie-econoom die onderzoekt hoe Nederland zijn positie als handelsland in de toekomst het beste kan benutten.
Goede voorouder worden?

Goede voorouder worden?

De toekomst die we willen is mogelijk als we maar goede voorouders zijn.

Corona-economie in de Evolutiegids

Covid-19 trekt sporen in de economie

De uitbraak van Covid-19 trekt diepe sporen in de wereldhandel. Daardoor loopt de open Nederlandse economie averij op. Is dat effect groot?

COPYRIGHT | PRIVACY |CREATED BY MARY SPAN | ARCHIEF

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?