FRANK DEN BUTTER | Coronanomie | column

Corona-economie in de Evolutiegids

Coronanomie: Covid-19 trekt diepe sporen in de economie

De groei van de economie in de Eurozone was in 2019 al vertraagd.  Daar bovenop komt de uitbraak van Covid-19 die diepe sporen trekt in de wereldhandel. Daardoor loopt de open Nederlandse economie averij op. Is dit coronanomie-effect groot? Frank den Butter, hoogleraar Algemene Economie aan de VU in Amsterdam, laat er hierna in zijn column zijn licht op schijnen.

Ontegenzeggelijk betekent de uitgebreide verspreiding van het coronavirus een klap voor de wereldeconomie.  De economische groei in de Westerse landen zal tot stilstand komen en zelfs kunnen omslaan in een krimp. De vraag daarbij is in hoeverre er een parallel is met de eerdere krediet- en schuldencrisis van ruim tien jaar geleden. In ieder geval is er een begrip uit de economische analyse dat in beide gevallen een rol speelt, namelijk besmetting. Dat dit begrip bij het coronavirus relevant is, lijkt evident, maar ook bij de krediet- en schuldencrisis vormde de wijze waarop eerst de banken en vervolgens de financiële markten elkaar besmet hebben een belangrijk deel van de verklaring van die crisis. Ik heb daar zelfs een boek over geschreven: De Grote Besmetting.

Besmetting
Besmetting is een fenomeen dat vanwege de grote verwevenheid en onderlinge afhankelijkheid in de economie een kleine initiële schok teweegbrengt die zich enorm opblaast met alle negatieve gevolgen van dien voor het economische bestel. Anders gezegd: de oorzaak voor het opblazen van de schok is de complexiteit van de economie. Besmetting kan daarbij verschillende vormen aannemen (zie bijvoorbeeld
Forbes 2012).

Bij de krediet- en schuldencrisis zette een kleine negatieve schok op de Amerikaanse huizenmarkt het besmettingsmechanisme in gang.  Doordat pakketjes met hypotheekleningen waren gebundeld en via de financiële markten werden doorverkocht, ontstond er door de schok onzekerheid over de waarde van de pakketjes, hetgeen tot een algemene vertrouwenscrisis tussen de financiële instellingen (banken en verzekeringsmaatschappijen) leidde. Dankzij de onderlinge internationale verwevenheid en complexiteit van de economie groeide de Amerikaanse schok uit tot een wereldwijde crisis. Eigenlijk is, zij het op een andere manier, de coronacrisis volgens een soortgelijk draaiboek verlopen. Ook hier vormt de complexiteit van de hedendaagse economie een belangrijke bron van deze nieuwe grote besmetting. Een kleine besmetting op een vismarkt heeft zich eerst over de miljoenenstad Wuhan uitgebreid. Vervolgens heeft de Chinese overheid de hele provincie Hubei afgesloten, maar heeft daarmee niet kunnen verhinderen dat het virus toch zijn weg vond naar overige delen van China en zich vervolgens globaal kon verspreiden. Zo heeft het virus Europa bereikt en heeft zich daar weten uit te breiden, dankzij het toen nog vrije personenverkeer over en weer in alle Europese landen. Hoewel President Trump beweert dat de VS hun besmetting aan Europa te danken hebben, is daar het virus direct uit China, en vervolgens ook uit andere Aziatische landen, geïmporteerd.

Strijd tegen besmetting
Bij zo’n besmettingscrisis is het onmogelijk de initiële schok te voorkomen. Daarom moet alle aandacht erop zijn gericht de verspreiding zoveel mogelijk in te dammen. Daartoe is het nodig de onderlinge complexiteit te ontrafelen. Maar dat is niet altijd zonder meer mogelijk. Zo kan niet, ter voorkoming van een toekomstige schulden- en kredietcrisis, worden verboden dat financiële instellingen onderling zaken doen. Maar wel kan het besmettingsgevaar worden verkleind door allerlei voorschriften te verbinden aan de mate waarin financiële instellingen van elkaar afhankelijk zijn, en worden meegesleurd wanneer een bepaalde financiële instelling niet meer aan de aangegane verplichtingen kan voldoen. Dit betekent bijvoorbeeld dat banken voldoende buffers moeten aanhouden om de gevolgen van een negatieve schok zelf te kunnen opvangen en niet hoeven af te wentelen op anderen (waaronder de overheid).

We kunnen niet verhinderen dat bedrijven bij hun productie en dienstverlening gebruikmaken van internationale productketens en onderdelen uit die ketens laten produceren daar waar dat het goedkoopste is. De welvaart in de wereld is juist gebaat bij onbelemmerde mondiale handel. Maar het is wel mogelijk om handelaren op het grote besmettingsgevaar te wijzen en persoonlijke contacten bij de internationale handel zoveel mogelijk te vermijden. Dat geldt ook voor het internationale toerisme, ook een vorm van handel. Deze indamming van persoonlijke contacten is ook wat de autoriteiten in de verschillende landen, zij het ieder op hun eigen wijze, proberen te doen toen de besmetting met het coronavirus serieuze vormen bleek aan te nemen. Volgens sommige criticasters kwamen deze maatregelen echter te laat. Toch is het in dit geval politiek gewenst de sturing van het beleid aan deskundigen over te laten.

Gevolgen voor de economie
De krediet- en schuldencrisis heeft indertijd tot een aanzienlijke groeivertraging geleid. Omdat een

controle-experiment ontbreekt, is het moeilijk te zeggen hoeveel welvaart de crisis ons heeft gekost. Bij cumulatie van de negatieve effecten in de jaren na 2008 kom je bij een normale groei van 2% op ruim 10 procentpunt groeiverlies uit. Tussen 2007 en 2008 is de aandelenkoers in ons land met ruim 50% gedaald. Pas in 2017 werd weer het oude koersniveau bereikt.  De vraag is welk verlies de coronacrisis zal opleveren: begin dit jaar piekte de AEX index even naar 630 punten terwijl de koers op 16 maart rond de 400 schommelde, een daling van ruim 35%.

Het is onvermijdelijk dat alle maatregelen die wereldwijd zijn genomen om de verspreiding van het virus in te dammen, net als in 2008 een groeivertraging zullen oproepen. Volgens Gradus 2020 zou de voorspelling van de OESO wel eens een onderschatting kunnen zijn. De OESO gaat ervan uit dat de groei van de wereldeconomie in 2020 een 0,5%-punt lager zal uitvallen. Hierbij baseert Gradus zich op Australische economen die in 2006 met een model de macro-economische effecten van een hypothetische grieppandemie berekenden. In hun meest milde scenario komt het aantal doden op ‘slechts’ 1,4 miljoen uit. Wanneer het model wordt doorgerekend met een iets minder mild scenario voor het coronavirus – een matig scenario – wordt geschat dat de omvang van de wereldeconomie met 2%-punt zal dalen.

Aanbod of vraag
In veel economische beschouwingen over de coronacrisis wordt verondersteld dat het om een aanbodschok gaat, net zoals indertijd in de oliecrisis toen het aanbod van ruwe olie stagneerde. De stijging van de olieprijs had indertijd ook tijdelijk een negatief effect op de wereldeconomie.  De beperkende maatregelen die nu voor het coronavirus zijn genomen hebben echter een ander karakter – de olieprijs is zelfs sterk gedaald maar dat had een andere oorzaak.

In feite gaat het vooral om rantsoenering van de vraag: horecabezoek, culturele bijeenkomsten, sportwedstrijden en internationaal reisverkeer zijn tijdelijk niet mogelijk. Inderdaad zou je kunnen stellen dat de prijs van deze diensten zo hoog (‘oneindig’) is dat er geen vraag naar kan zijn. Maar typerend voor deze vraagrantsoenering is dat na opheffing van de beperkingen de vraag weer net zo groot zal zijn als voor de crisis. Of misschien nog iets hoger zal zijn wanneer al het geld dat men bespaard heeft later toch weer uitgeeft. In dat licht zou het uiteindelijke welvaartsverlies nog mee kunnen vallen. Toch zal de inhaalvraag natuurlijk nooit helemaal de vraaguitval kunnen compenseren.

Opvang van de vraaguitval
Van belang bij het beperken van de welvaartsschade is dat de overheid adequate maatregelen heeft aangekondigd om de tijdelijke uitval van dienstverlening en handel op te vangen. Groot probleem voor de getroffen ondernemers is een gebrek aan liquiditeit. Immers, bij vraaguitval zijn er geen inkomsten maar lopen de meeste uitgaven gewoon door. Zo dient het personeel te worden doorbetaald: dat kan worden opgevangen door werktijdverkorting via de UWV aan te vragen. Ook heeft de regering toegezegd soepel te zijn met het betalen van belastingen: die kan zonder boete worden uitgesteld. Bovendien zullen de banken uitstel van betaling van rente en aflossing op leningen geven, en snel benodigde overbruggingskredieten verstrekken. Daarbij worden de regels voor het aanhouden van buffers afgezwakt. Het is nodig dat dit alles snel en zonder veel administratieve rompslomp gebeurt: een ondernemer die nu geld nodig heeft kan er niet een maand op wachten. Wel is het gewenst ervan uit te gaan dat in sommige gevallen het verkregen geld het karakter van een voorschot heeft en in een later stadium moet worden terugbetaald. Het mag niet zo zijn dat wanneer de vraag zich weer heeft hersteld en er weer winst wordt gemaakt, de kosten van de reddingsoperatie volledig door de overheid en dus door de belastingbetaler moeten worden gedragen.  Een renteverlaging, zoals door sommigen bepleit en in de VS door de Fed is uitgevoerd, lijkt onnodig. De rente is al laag en heeft bij vraagrantsoenering geen invloed.

Besluit
De coronacrisis zal zeker een blijvend nadelig gevolg voor de wereldwijde welvaart hebben, nu handel en vormen van dienstverlening volledig tot stilstand zijn gekomen. Wel dient daarbij te worden aangetekend dat het in beginsel om een tijdelijke schok gaat en het dus zaak is dat het overheidsbeleid erop gericht blijft die tijdelijke schok zo goed mogelijk op te vangen. Hoe dit ook zij, de gezondheid van de bevolking staat echter voorop. Primair dient te worden voorkomen dat het coronavirus onnodig veel slachtoffers maakt.

Frank den Butter, economiegids Evolutiegids
AUTEUR FRANK DEN BUTTER | ©EVOLUTIEGIDS | 200316
Economiegids Frank den Butter is hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Transactie-econoom die onderzoekt hoe Nederland zijn positie als handelsland in de toekomst het beste kan benutten.
inclusieve economie

De tijd van de inclusieve economie is aangebroken

De huidige globalisering blijkt een bron van onvrede te zijn, want multinationals worden steeds welvarender en lokale economieën hebben het financieel moeilijk.

donuteconomie

De donuteconomie van Kate Raworth

Econoom Kate Raworth is een rebelse Oxford-onderzoeker die nadenkt over de huidige, gangbare economische wetenschap.

COPYRIGHT | PRIVACY |CREATED BY MARY SPAN | ARCHIEF

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?