BUGINN | ERIK BRETVELD | reddingsactie solitaire bijen | interview

 

Erik Bretveld, ecologisch hovenier en ontwikkelaar van bijenhotel Buginn:

‘Steun onze reddingsactie voor wilde bijen en andere bestuivers’

De EU heeft besloten het gebruik van de drie meest bij-onvriendelijke bestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) te verbieden op onze akkers en velden. Dit is weliswaar goed nieuws maar dat betekent volgens ecologisch hovenier Erik Bretveld van Buginn nog lang niet dat de bijen en andere bestuivers daarmee gered zijn. Het is hoog tijd dat we ze helpen.

Ecologisch hovenier Erik Bretveld van Buginn is een serieuze man. Een man met een missie. Iemand die onder de indruk van de complexiteit en het belang van ons ecosysteem een duurzame, streekgebonden en toekomstbestendige natuuromgeving wil creëren. En daar horen bijen, vlinders, zweefvliegen, hommels, wespen en andere insecten bij. Vooral de wilde solitair levende bij is belangrijk. Want die is volgens Bretveld, meer nog dan de door de mens veredelde honingbij, het meest bedreigd.

Bedreiging
Wetenschappelijk onderzoek van de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) heeft aangetoond dat neonicotinoïden schadelijk zijn voor wilde bijen, honingbijen en hommels, die onmisbaar zijn voor de bestuiving van gewassen. Deze bestrijdingsmiddelen breken in de natuur niet af en vormen daarmee een gevaar voor de biodiversiteit en de wereldvoedselvoorziening. Erik Bretveld: “De EU heeft weliswaar ingestemd met een verbod op neonicotinoïden, maar er moet veel meer gebeuren. Bijensterfte wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van factoren die elkaar kunnen versterken. Honingbijen zijn door veredeling  gevoeliger geworden voor ziekten en plagen zoals de parasiet varroamijt. De varroamijt voedt zich niet alleen met de lichaamssappen van de bijen, larven en poppen, maar brengt ook ziekten over. Daar is nog steeds geen middel tegen gevonden. Wilde bijen zijn veel minder gevoelig voor ziekten en plagen en blijken minstens zo goed als bestuivers te functioneren. Daarom zou het accent meer moeten liggen op de terugkeer van de wilde bijen.

Andere factoren die de bijensterfte kunnen verklaren zijn voedselgebrek door minder variatie in de natuur en minder bloeiende planten, een eenzijdig dieet door monoculturen in de landbouw, de bemesting, fijnstofontwikkeling en klimaatverandering. Onderzoek wijst ook uit dat het onkruidverdelingsmiddel glyfosaat een negatieve invloed heeft op het oriëntatievermogen van bijen. Glyfosaat zorgt dat de plant sneller droogt en eerder van het veld gehaald kan worden. Het middel roeit ook ongewenste plantjes zoals distel en paardebloem uit, zodat de boer na de oogst een frisse start kan maken met het volgende gewas. Het landbouwsysteem kraakt in z’n voegen. Genoeg om ons zorgen te maken.”

Gevaar voor voedselproductie
Erik Bretveld legt dat verder uit. “Bijensterfte vormt een gevaar voor alle leven op aarde omdat bijen van groot belang zijn voor de voedselproductie. De voedselketen begint immers met de laagste dieren: de insecten. Insectensterfte raakt namelijk ook de dieren die verderop in de voedselketen staan zoals hagedissen, vleermuizen en vogels. Insecten hebben dus een groot economisch belang, ook voor de mens. Tachtig procent van de gewassen in Europa wordt bestoven door insecten. Bijen zijn de belangrijkste bestuivers. Ook de zweefvliegen en kevers zorgen voor bestuiving. In Nederland zijn er 331 gekwalificeerde soorten bijen te vinden (van de 20.000 soorten wereldwijd) en 181 daarvan staan op de rode lijst. Een derde van het voedsel dat we eten is afhankelijk van bestuivende insecten. Alleen al in Europa zijn meer dan 4.000 groentesoorten afhankelijk van deze bestuivers. Voorbeelden van gewassen die van deze bestuivers afhankelijk zijn, zijn fruit, bonen, soja, oliegewassen zoals zonnebloemen en koolzaad, noten, tal van groenten, koffie en chocola. In China doen ze zelfs aan handbestuiving. Er zijn zelfs robotjes voor bestuiving ontwikkeld! Dat is niet de oplossing voor het werkelijke probleem: de afwezigheid van inheemse planten in het agrarische landschap en nestelgelegenheid voor insecten. Zeventig procent van de wilde bijen leeft in de bodem, maar die bodem is als gevolg van vermesting en intensieve landbouw volkomen ontoegankelijk geworden.”

Kwetsbaar dierenleven
Heb jij daar als ecologisch hovenier een antwoord op? “Ik hou mij bezig met de kringlopen van het leven. Een van de eerste dingen die je kunt doen is de beplanting van je tuin aan te passen door bijenvriendelijke en klimaatbestendige planten aan te brengen. Heel veel planten die je in het tuincentrum koopt zijn steriel of zijn ontoegankelijk voor bijen. Gelukkig zijn er alternatieven te vinden. Lavendel bijvoorbeeld is heel waardevol voor de honingbij, maar niet voor de wilde bij. Sommige wilde bijen vliegen bij 10 graden en andere bij 15 graden Celsius. De bloemen moeten wel in de buurt aanwezig zijn, want een wilde bij kan in het algemeen niet verder vliegen dan 500 meter. In zijn woongebied moet de bij dus voedsel, stuifmeel en de juiste, jaarlijks terugkerende inheemse planten kunnen vinden. Toen ik dit voor het eerst op me liet inwerken schrok ik enorm van de kwetsbaarheid van het dierenleven en het ecosysteem.” Hoe zit het met de honingbij? “De honingbij heeft gelukkig wel nestgelegenheid. Honingbijen worden immers in grote volken gehouden en door imkers verzorgd. Bovendien kunnen deze bijen voor hun voedselvoorziening bij een veel groter areaal aan planten terecht. De speciaal aangelegde bijenlinten (bloemrijke landschappen voor de bijen) bestaan vaak uit snel groeiende gewassen. Fijn voor de honingbij, maar niet altijd voor de wilde bij. De wilde bij is veel meer gebaat bij inheemse, vaste planten. Het gaat bij deze solitaire insecten vooral om het stuifmeel, want daarmee maken ze nestcellen voor jonge bijen. Stuifmuil dient tevens als voedsel voor de volgende generatie. 
Er zijn overigens meer wilde bijen dan honingbijen. Dus onze aandacht zou meer naar de wilde bijen uit moeten gaan, vooral omdat ze effectievere bestuivers zijn dan honingbijen.”

Erik Bretveld wil nog meer aspecten benadrukken. “In tuinen en de publieke ruimte zijn tegels de trend geworden. Niet alleen kan het regenwater moeilijk de grond in, ook de wilde bij kan niet meer tussen de tegels nestelen. En dat geldt voor zeventig procent van de bijen! Het zou enorm helpen als we weer zandwegen zouden hebben. Voor de bovengronds levende bij is de situatie nog ernstiger. Die is voor nestgelegenheid gebaat bij oevers en oude muren. Voor de instandhouding van het insectenleven zouden we sommige oude gebouwen zoals schuurtjes moeten laten staan.”

Buginn Bijenhotel
“Het is best wel een complex vraagstuk”, verklaart Bretveld. “Om hier een antwoord op te kunnen geven heb ik samen met Roel Wijnterp een veilig constructief betonelement ontwikkeld dat bijen redt. We noemen dit het Buginn Bijenhotel. Het kan worden toegepast in bouwprojecten, tuinen en publieke ruimtes. Huidige bijenhotels zijn vaak niet optimaal ontworpen voor hun doel: gaten hebben een te grote diameter en zijn te ondiep, randen zijn rafelig waardoor de delicate vleugels van bijen beschadigen of de gebruikte materialen zijn verkeerd. Ze worden ook vaak verkeerd toegepast: het bijenhotel wordt niet op het zuiden gericht, of wordt bijvoorbeeld niet regelmatig schoongemaakt. Onze reddingsactie bestaat uit een op wetenschappelijk basis ontworpen bijenhotel. Het product is opgebouwd uit een betonnen basissteen, verschillende kernsoorten en een betonnen front dat geopend kan worden. De basissteen functioneert als bouwelement waarmee keermuren, borders en onderdoorgangen bij viaducten geconstrueerd kunnen worden. Het uiteindelijke doel is om op grote schaal impact te maken voor de solitaire bijen, door als een inktvlek clusters van nestelgelegenheid te creëren en vanuit deze clusters de leefomgeving voor de bijen te vergroten.”

Strakgetrokken land
“Er is momenteel veel te doen omtrent de gebruikte bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Er zijn wel maatregelen genomen maar ik weet niet of die echt toereikend zijn. Dat moet ons er niet van weerhouden te doen wat (ook) moet gebeuren; namelijk nieuwe infrastructuren voor insecten bouwen”, aldus Bretveld. Betekent jouw verhaal dat de landbouw de monocultuur moet verlaten en meer moet inzetten op variatie in de landbouw? “Dat is een heel interessante discussie. Dan vraag je om een conclusie. Mijn conclusie is in ieder geval dat de landinrichting drastisch anders zou moeten willen wij onze ecologische kringlopen aan de praat blijven houden. Maar je moet eerst analyseren waar het probleem zit. Die probleemanalyse heeft gewoon nooit plaatsgevonden. Ik zie de oorzaak vooral in de ruilverkaveling, de herinrichting en schaalvergroting van de landbouw in de vorige eeuw en het toenemende gebruik van kunstmest. Toen is het land eigenlijk strakgetrokken, zijn oude gebouwen, waarin de solitaire bijen vaak hun nestjes hadden, afgebroken, is de nuance in het landschap verdwenen en zijn de inheemse kruiden weggevaagd. Toen is de neergang begonnen. Nu weten we uit Duits onderzoek dat 70% van de insecten zijn verdwenen. Het buitengebied is nagenoeg ontvolkt en gek genoeg zijn de stedelijke gebieden waar nog enige verrommeling is nog aantrekkelijk voor insecten. In onze intensief gebruikte landbouwgebieden vind je bijna geen wilde bijen meer. Onderzoek heeft dat inmiddels duidelijk aangetoond.

Reddingsactie
Inmiddels is duidelijk geworden dat er veel boeren zijn die daarentegen wel een duurzame landbouw willen. “Ja, daar ben ik blij om, want onze bulkproductie in de landbouw, meestal bestemd voor de export, zorgt ervoor dat een groot deel van het land natuurarm is geworden. Laat ik het duidelijker stellen: een bij kan met een maïslandschap of productiegrasland niets. Maar ook de bermen zijn door vermesting en verkeerde beheersmethoden zo natuurarm geworden dat wilde planten er niet meer kunnen gedijen. Laten we zorgen voor vaste inheemse planten en kunstmatige nestgelegenheid! Zo’n infrastructurele aanpak is hard nodig! In Brabant zijn we vanuit Buginn bezig om een dergelijk project van de grond te krijgen. Natuurorganisaties, particuliere grondeigenaren, bedrijven en deskundigen helpen ons daarbij. Ze geloven ook in onze aanpak voor een betere natuurlijke infrastructuur waarbinnen volop ruimte blijft voor natuurinclusiviteit én intensieve landbouw. Ik ben heel blij dat we nu echt een natuurinclusieve start kunnen maken en een reddingsactie in gang kunnen zetten. Ik doe dat alvast met het Buginn Bijenhotel en met mijn ecologische aanpak.”

AUTEUR MARY SPAN | ©EVOLUTIEGIDS | 180724
Evolutiegids en trendjournalist/publicist. Hou ervan je te inspireren en te activeren
voor zinvolle evolutie in leven en werk, bouwend aan een wereld van nieuwe mogelijkheden.

Collecties worden gedigitaliseerd

01-09-18: In 2025 worden 1,5 miljard digitale versies van planten en dieren toegankelijk gemaakt. Meer dan honderd Europese instituten creëren één virtueel netwerk voor onderzoekers. De redenen: de biodiversiteit holt achteruit en het aantal insectensoorten is met 80% gedaald. De samenwerking wordt aangevoerd door Naturalis in Leiden. Bron: FD.

Vorden krijgt eerste bijeneducatiecentrum van NL

21-07-18: De Bijenstichting opent in 2019 een bijeneducatiecentrum in Vorden. De Lindenseweg is nog bedekt met gras, maar vanaf mei 2019 zijn er bijenhotels en workshops. De stichting krijgt hulp van Geldersch Landschap en Kasteelen. Bron: De Stentor.

Start ecologisch bermbeheer

20-07-18: De gemeente Aa en Hunze heeft besloten een start te maken met ecologisch bermbeheer. Het doel: verbeteren van het leefgebied voor streekeigen planten en dieren. Bron: NatureToday.

Deltaplan biodiversiteitsherstel

22-01-18: De afgelopen jaren hebben al veel partijen in Nederland zich voor het behoud van bijenpopulaties ingezet. Binnen enkele maanden is er overeenstemming bereikt door partijen als LTO, boerencoöperaties, imkerorganisaties, Natuur & Milieu, De Vlinderstichting, Natuurmonumenten, waterschappen, provincies, Staatsbosbeheer, Bayer, BASF, Syngenta en kennisinstellingen zoals Naturalis, Stichting EIS en Wageningen UR om zich sterk te maken voor de uitvoering van de nationale bijenstrategie en biodiversiteit in de landbouw, tuinbouw, openbare ruimte en natuurgebieden. Ze beogen een verschuiving naar een meer ‘natuurinclusieve’ en circulaire landbouw, waarbij voedselproductie en biodiversiteitsherstel harmonieus samengaan.  Download hier het rapport:
De Nederlandse regering sprak eerder de ambitie uit dat de Nederlandse boeren en tuinders de minste bestrijdingsmiddelen van heel Europa gebruiken, en dat de land- en tuinbouw in 2030 in principe ‘chemievrij’ is.
nicowissing7

Achterhoek Gifvrij

Nico Wissing is een van de godfathers van het initiatief Gifvrije Achterhoek. Het is 30 seconden voor 12.

wei

Verlangend naar een wei met vlinders

Kan het nog goed komen met de biodiversiteit in Nederland? Het is de kunst om natuurlijk te zijn.

CONTACT US

We zijn momenteel niet aanwezig. Je kunt ons een e-mail sturen, dan komen we er zo snel mogelijk op terug.

Wordt verstuurd

Lift Your Life & Your World & Share it!

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?